• Lorem ipsum

Rikken: Een spannend kaartspel voor 4 personen!

19 Apr 2020
door Willy van Knippenberg

Ons gezin is gek op spelletjes, en dan vooral op Rikken. Rikken is een kaartspel dat vooral populair is in het zuiden van Nederland. Het is een leuk spel waarbij je, om te kunnen winnen, moet opletten welke kaart er is gespeeld, welke kaarten vermoedelijk bij elkaar zitten, en hoeveel kaarten er van een soort nog in het spel zitten. Wij spelen meestal voor punten, maar je kunt ook voor geld spelen. Dit laatste maakt het spel nog spannender.

De spelregels en benodigdheden:

  • 1 spel kaarten. (heb je geen spel meer? dan kun je deze hier kopen)
  • Je speelt het spel met 4 spelers
  • Het spel wordt gespeeld met alle 52 speelkaarten zonder de jokers.
  • De laagste kaart is de 2 en de hoogste de aas.
  • De speler na de deler begint met bieden, daarna gewoon de klok rond
  • Het spel met het hoogste bod wordt gespeeld.
  • Je mag de kaarten na het eerste spel niet meer schudden, alleen nog maar 1x “heffen”

Begin van het spel:

De deler begint met het delen van de kaarten. De eerste kaarten worden gegeven aan de speler links van de deler. Het delen gebeurt in 2 ronden. De eerste ronde geef je iedereen 6 kaarten, de 2 ronde geef je 7 kaarten. Iedereen begint dus het spel met 13 kaarten.

Bied volgorde:

Afhankelijk van de kaarten die je hebt kun je nu beginnen met bieden. De speler links van de deler begint. Je hebt de keuze uit de volgende opties;

  1. TROELA (DRIE AZEN): Als iemand drie azen in zijn hand heeft, moet hij dat melden. Degene met de vierde aas is automatisch zijn maat, en bepaalt ook de troefkleur (afhankelijk van wat hij zelf in handen heeft - overleg met de maat is uit den boze). Die troef mag niet dezelfde kleur zijn als van de vierde aas! De maat met de vierde aas komt ook verplicht met die aas uit, en die slag mag niet worden ingetroefd! Je maat en jij proberen minstens 8 slagen te halen. Als dat lukt, verdien je allebei de basisopbrengst van 10 cent (passer 1 betaalt speler 1, passer 2 betaalt speler 2). Elke overslag levert 5 cent extra op. Kom je slagen tekort, dan kost dat 10 cent basisboete plus 5 cent voor elke 'down'-slag (dus minimaal 15 cent). PS: in het uitzonderlijke geval dat je vier azen in de hand hebt, vraag je een Koning mee; voor de rest blijft alles hetzelfde. Let op: Misère gaat boven Troela
  2. PAS: Je hebt geen kaarten om een van onderstaande biedingen te kunnen spelen.
  3. RIK:  Je probeert minstens 8 slagen te halen met een troefkleur (harten, klaveren, ruiten of schoppen) die je zelf bepaalt. Pas als je je bod mag gaan spelen (dus als de rest heeft gepast), noem je de troefkleur en zeg je welke aas je 'mee' vraagt. Degene met die aas is je partner voor dat spelletje. Let op: hij mag niet zeggen dat hij de maat is; dat blijkt pas na het opgooien van de gevraagde aas! De uitbetaling is hetzelfde als hierboven.
  4. BETERE RIK: dit bod kan alléén als iemand al RIK heeft geboden. Het spel is gelijk aan een RIK, alleen is de troef nu harten.
  5. ACHT ALLEEN: Je moet minimaal acht slagen halen, met een zelfbepaalde troefkleur. Dit bod mag je alléén doen als iemand anders al een RIK heeft geboden! Vergoeding is hetzelfde als bij een TROELA (maar je krijgt wel van drie spelers betaald!). 
  6. PIEK: je hebt dusdanig lage kaarten dat je in je eentje slechts één slag denkt te halen. Niet meer, niet minder. Er is géén troef. Zodra je een tweede slag binnenhaalt, is het spel afgelopen en betaal je de anderen elk 20 cent. Maar als het lukt en je haalt precies één slag, krijg je van iedereen 20 cent. (PS: anderen kunnen gerust 'meepieken'! Dat wil zeggen dat zij in diezelfde ronde óók een enkele slag moeten halen.)
  7. NEGEN ALLEEN: Hetzelfde als bij “Acht Alleen” (opbrengst 20 cent).
  8. MISÈRE: Geen slagen halen / Niets halen. Dit levert 30 cent op, maar is moeilijk, want voor je het weet heb je een slag te pakken en is het over. Misère gaat boven Troela.
  9. TIEN ALLEEN: spreekt voor zich (30 cent).
  10. OPEN PIEK: je denkt maar één slag te halen (net als PIEK). Maar... je mag zelf uitkomen en als de rest heeft bijgegooid en de eerste kaart van de tweede slag op tafel ligt, dán leg je je eigen kaarten neer, zodat iedereen ziet wat je hebt. De anderen mogen niet overleggen (40 cent).
  11. ELF ALLEEN: duidelijk (40 cent). 
  12. OPEN MISÈRE: Geen enkele slag halen, maar na de eerste ronde leg je jouw kaarten open (50 cent).
  13. OPEN PIEK MET EEN PRAATJE: precies als 10, maar nu mogen de anderen naar hartenlust kletsen over de te volgen tactiek (zodra jij je kaarten open op tafel hebt gelegd; 55 cent).
  14. TWAALF ALLEEN: 60 cent.
  15. OPEN MISÈRE MET EEN PRAATJE: 65 cent.
  16. DERTIEN ALLEEN: 70 cent.

De gevraagde aas 

De rikker bepaald, door een aas mee te vragen, met wie hij een RIK gaat spelen. Dit moet een aas zijn van een kleur waarvan hij zelf minstens één kaart heeft. De gevraagde aas moet worden gespeeld zodra de eerste keer de kleur van de Aas wordt gespeeld: Voorbeeld: De gevraagde aas is schoppen aas, dan moet de maat (de speler die schoppen aas heeft) deze aas spelen zodra de eerste keer schoppen wordt gespeeld. Dit kan soms niet om twee redenen: 

  • De rikker heeft alle 4 azen: in dit geval vraagt de rikker een heer mee (als hij deze ook 4 heeft een vrouw etc.)
  • De rikker heeft van elke kleur die hij heeft de aas: in dit geval neemt de rikker een van de azen die hij niet heeft blind mee (en zegt dit ook bij het meevragen van de aas). De rikker mag dan, als de gevraagde aas nog niet gespeeld is, een kaart gedekt opgooien en deze slag telt dan als de eerste slag van de gevraagde kleur. Aan het eind van de slag wordt de gedekte kaart opengelegd voor de slag wordt opgeruimd en gaat het spel als gewoon verder.

Passpellen

Wanneer iedereen past, wordt er meestal opnieuw gedeeld. Je kunt ook een ander spel spelen. Enkele passpellen zijn: 

  • 2 of 5: iedereen moet of 2 of 5 slagen halen. Hier kunnen dus maximaal 3 van de 4 spelers winnen.
  • 1, 3 of 5: als 2 of 5, maar dan moet iedereen 1, 3 of 5 slagen halen.
  • 1, 5 of 11: als 2 of 5, maar dan moet iedereen 1, 5 of 11 slagen halen.
  • 1 of 5: als 2 of 5, maar dan 1 of 5 slagen.
  • Schoppen dame, laatste slag: Je mag de schoppen dame en de laatste slag niet krijgen. In de eerste ronde mag geen schoppen gekaart worden. Hier is het de bedoeling dat je je schoppen dame bij een andere slag erin gooit als je niet meer kunt bekennen, dus zorg dat je een soort waarvan je er weinig hebt weg speelt en zorg dat je lage kaarten overhoudt.

Speltactieken:

Bij rikken zijn er diverse tactieken die je kunt gebruiken om een spel te kunnen winnen. Over het algemeen zijn dit de meest succesvolle:

  • Troef Trekken: Begin een Rik door altijd de Aas van de troef te spelen. Heb je de Aas niet, speel dan de Koning of andere hoogste troef die je hebt. Dit doe je totdat andere spelers geen troef meer hebben. Je kunt dan overgaan tot het “vragen van de aas”. (Voorbeeld: Is schoppen Aas de gevraagd Aas, dan speel je de laagste schoppen die je hebt)
  • Trekken: Speelt iemand een Misère of een Piek? Dan ga je trekken. Hiermee begin je niet met de laagste kaart maar speel je de laatste kaart (meestal de 2) pas als er nog maar 2 of 3 kaarten van deze soort in het spel zitten. Je forceert de speler die Misère of Piek speelt dan om alle slagen te duiken, totdat dit niet meer kan.
  • Terug komen met troef. De maat komt, nadat de gevraagde aas is gespeeld, terug met de hoogste troef of, als hij geen troef heeft, met kleur van de gevraagd aas.

Voorbeeld:

Speler 1:

Rikken Hand 1

Speler 2

Rikken Hand 2

Speler 3

Rikken Hand 3

Speler 4

Rikken Hand 4

De eerste speler begint met bieden, daarna speler 2, enz.
Er is geen Troela, dus deze hoeft niet te worden gemeld.

Speler 1 zou kunnen rikken in de schoppen, maar mist met name de hoge kaarten. Hij heeft alleen de aas, meer heeft ook voldoende andere kaarten om te kunnen troef-trekken, zodat hij als laatste speler nog met troef blijft zitten en andere kaarten kan aftroeven.

Speler 2 passt. Hij mist van iedere soort de hoge kaarten, en heeft ook niet voldoende kaarten van een soort om troef te kunnen trekken. Een piek kan ook niet, omdat hij te weinig lage kaarten heeft.

Speler 3 passt. Ook hij mist de hoge kaarten en heeft niet voldoende ondersteunende kaarten.

Speler 4 rikt beter (dus hij rikt in de harten). Hij mist weliswaar de koning en de boer, maar heeft voldoende troef om te kunnen rikken en troef er uit te kunnen trekken. Zelf zou ik (zonder dat ik weet welke kaarten de andere spelers hebben) nu schoppen aas als gevraagde aas meenemen. Na het trekken van de troef kan ik dan met schoppen vrouw de gevraagde aas vragen. Als mijn maat bij de volgende slag met een schoppen terug komt, dan heb ik de keuze om deze af te troeven als dat nodig is omdat ik niet meer kan bekennen.

1e Speelronde:

Speler 1 is de maat want hij heeft immers de gevraagde aas. (hij mag niet zeggen dat hij maat is). Omdat hij de speler is die links van de deler zit, moet hij beginnen met uitkomen. Hij heeft - als je de tactieken die ik vermeldde gebruikt - 2 opties om uit te komen:

  1. Hij speel zijn hoogste troef: in dit geval harten koning.
  2. Hij speelt de schoppen aas om te laten zien dat hij maat is. Daarna kom hij uit met de harten koning.

Andere spelers moeten bekennen!
Bekennen betekent dat je dezelfde soort kaart moet spelen als dat mogelijk is. Dus wordt schoppen gespeeld, dan moet je ook schoppen gooien. Heb je geen schoppen dan mag je troeven. (In dit geval is harten de troef)

Je speelt net zo lang tot alle kaarten zijn gespeeld. Aan het einde van de ronde worden de punten verdeeld, afhankelijk van het spel dat er is gespeeld.

Vragen?

Kom je er niet uit? Stel dan gerust een vraag door een reactie achter te laten. Wij zullen je vragen dan beantwoorden.

Wees de eerste om te reageren...
Laat een reactie achter
Door het gebruiken van onze website, ga je akkoord met het gebruik van cookies om onze website te verbeteren. Dit bericht verbergenMeer over cookies »